What immigration status and rights result, how long do they last, can family be included, and what happens if the special qualifying circumstance ends?
For the Article 3(1)(a) government-posted category, admission by law lasts while the person remains in government service, and Labour Ordinance Article 3(a) exempts that category from the employer work-permit prohibition. Article 3(1)(g) admits the non-separated spouse and minor children by law, but the minister may attach conditions concerning a particular occupation to the spouse’s admission. Admission by law ends when its reason lapses; derivative spouse/child admission also ends then, except that a spouse independently admitted under Article 3(1)(f) retains that separate basis. The statute states no fixed term for this category.
See recorded sources
Limits of the record- The official 'Employee Overheid' checklist does not cite Article 3(1)(a), so matching that route to government-posted persons remains an inference. No fixed term or specific ministerial spouse-occupation conditions for an individual case are established.
- Admission and Expulsion Ordinance Article 3(1)(a)
a. personen van overheidswege uitgezonden, zolang zij in overheidsdienst zijn;
- Article 3(1)(g) spouse and minor children
g. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en minderjarige kinderen van de onder
a, b, c en d genoemde personen;
h. de minderjarige kinderen van de in onderdeel f genoemde personen, mits zij de Nederlandse
nationaliteit hebben en één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefent aan de
voorwaarden, genoemd in onderdeel f, voldoet.
- Article 3(6) spouse occupation conditions
6. Aan de toelating tot verblijf van rechtswege kunnen ten aanzien van de echtgenoot
van een toegelatene door of namens de minister voorwaarden worden verbonden met betrekking
tot het uitoefenen van een bepaald beroep.
- Article 5 admission-by-law end
Artikel 5
De toelating van rechtswege eindigt:
a. door het vervallen van de reden waarom zij is toegekend;
b. ten aanzien van degene, die op grond van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel
i, van rechtswege is toegelaten, door een onafgebroken verblijf van langer dan drie
jaar in het buitenland, tenzij de betrokkene in het buitenland verblijft voor studiedoeleinden
of wegens geneeskundige behandeling. De bepaling van artikel 4, tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing;
c. ten aanzien van de meerderjarige Nederlander, die op grond van het bepaalde in artikel
3, eerste lid, onderdeel f, van rechtswege is toegelaten, door het niet langer beschikken
over huisvesting en voldoende middelen van bestaan om in zijn levensonderhoud te voorzien;
d. ten aanzien van de minderjarige Nederlander waarvan één van de ouders die het ouderlijk
gezag uitoefent niet langer aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, eerste lid,
onderdeel f, voldoet.
Toelating tot tijdelijk verblijf of verblijf bij vergunning verleend
- Article 13 derivative status and independently admitted spouse exception
Artikel 13
Ingeval de toelating, van rechtswege toegekend of krachtens vergunning is verleend,
eindigt, houdt tevens op de toelating van de echtgenoot en minderjarige kinderen.
De vorige volzin is niet van toepassing op de echtgenoten die krachtens artikel 3,
onderdeel f, van rechtswege zijn toegelaten.
- Labour Ordinance Article 3(a) employer work-permit exemption
Artikel 3
Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing met betrekking
tot een vreemdeling:
a. die ingevolge artikel 3, onderdelen a, b, c, d, e, g, h en i, van de Landsverordening
toelating en uitzetting van rechtswege toelating tot verblijf in Sint Maarten heeft;
b. die ingevolge artikel 3, onderdeel f, van de Landsverordening toelating en uitzetting
van rechtswege toelating tot verblijf in Sint Maarten heeft, tenzij bij landsbesluit,
houdende algemene maatregelen, om redenen van economisch belang een regeling wordt
getroffen krachtens welke een tewerkstellingsvergunning wordt vereist;
c. ten aanzien van wie, ingevolge bepalingen vastgesteld bij overeenkomsten met andere
mogendheden dan wel bij een voor Sint Maarten verbindend besluit van een volkenrechtelijke
organisatie, een tewerkstellingsvergunning niet mag worden verlangd;
d. die beschikt over een door of namens de Minister van Justitie afgegeven verblijfsvergunning
voor het verrichten van arbeid als zelfstandige in Sint Maarten, voor zover deze vreemdeling
arbeid verricht als zelfstandige;
e. die behoort tot een bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen categorie
functies.