What other major conditions apply, how is the status obtained, and what renewal, document-validity, retention or loss rules matter?
The 1 April 2026 policy provides an indefinite residence permit for a person lawfully settled in Curaçao before 2005 under the Brooks Tower Agreement who did not subsequently leave and had five uninterrupted years of lawful residence most recently. A written reasoned application requires at least the form, valid passport copy and fee payment proof, plus supporting documents. LTU article 12 ends permit-based residence on departure to settle abroad or uninterrupted absence exceeding one year, subject to statutory exceptions; the indefinite status is not assigned an ordinary renewal term here.
See recorded sources
Limits of the record- The category-specific proof of Brooks Tower settlement and uninterrupted residence, and physical-document renewal or replacement, are not established by these sources.
- 2026 policy section6 indefinite criteria
6. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling die
voldoet aan één van de volgende criteria:
- Tien (10) jaar onafgebroken rechtmatig verblijf in Curaçao;
- In aanmerking komt voor de penshonado-regeling in de zin van artikel 23 B tot en met
23 E van de Landsverordening Inkomstenbelasting;
- Een investering heeft gedaan van meer dan XCG. 1.500.000,-- (zogeheten
Investorpermit);
- In Curaçao is geboren en van wie ten minste één ouder beschikt over een vergunning
tot verblijf;
- Zich vóór het jaar 2005 (conform de uitgangspunten van het Brooks Tower Akkoord)
rechtmatig in Curaçao heeft gevestigd, het Land nadien niet heeft verlaten en
gedurende de laatste vijf (5) jaar onafgebroken rechtmatig verblijf heeft gehad;
- Zich vóór het jaar 2000 rechtmatig in Curaçao heeft gevestigd, het Land nadien niet
heeft verlaten en in de daaropvolgende jaren al dan niet over een verblijfstitel heeft
beschikt.
- 2026 policy section2 application baseline
2. Volledige aanvragen
Het indienen van onvolledige aanvragen leidt tot aanzienlijke vertragingen in de afhandeling.
Op grond van de interpretatie van artikel 6 van de Staatsregeling heeft betrokkene het recht
van petitie, en slechts de wetgever kan dit recht beperken. Als gevolg hiervan dient een
aanvraag aan de volgende minimale vereisten te voldoen; zo niet, dan wordt de aanvraag niet
in behandeling genomen.
Een aanvraag dient, conform de Landsverordening toelating en uitzetting, schriftelijk en
gemotiveerd te worden ingediend. Voorts bepaalt de Legesverordening dat de
Toelatingsorganisatie een verzoek pas in behandeling mag nemen en een beschikking mag
afgeven nadat het verschuldigde bedrag aan leges en retributies is voldaan. Tevens dient
betrokkene zich te identificeren; een geldig paspoort is derhalve vereist.
Kortom: betrokkene dient ten minste het aanvraagformulier, een kopie van het (geldig)
paspoort en het bewijs van betaling van leges en retributies in te dienen. Daarnaast moeten de
vereiste begeleidende documenten worden meegezonden, aangezien een negatief besluit
anders vrijwel onvermijdelijk is. Het beleid inzake het herstel van een onvolledige aanvraag
binnen zes weken is reeds afgeschaft.
- LTU article6 permit classes
Artikel 6
1. Behalve in de artikelen 1 en 3 vermelde personen wordt niemand in Curaçao toegelaten zonder
vergunning tot tijdelijk verblijf of tot verblijf.
2. Een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt, vrij van zegel en kosten, voor een bepaalde termijn
afgegeven.
3. Een vergunning tot verblijf wordt voor onbepaalde tijd afgegeven.
- LTU article12 permit end
Artikel 12
De toelating tot tijdelijk verblijf of verblijf krachtens vergunning eindigt:
a. door verloop van de tijd waarvoor de vergunning tot tijdelijk verblijf is afgegeven;
b. door vertrek uit Curaçao, indien het betreft een vergunning tot tijdelijk verblijf;
c. door het verlaten van zijn woonplaats in Curaçao met het doel zijn woonplaats buiten Curaçao
te vestigen, indien het betreft een vergunning tot verblijf;
d. door een onafgebroken verblijf buiten Curaçao gedurende langer dan een jaar, behoudens in
geval van overmacht en behoudens in het geval bedoeld in artikel 4;
e. door het verkrijgen van een toelating van rechtswege;
f. door intrekking van de vergunning;
g. door uitzetting.